Bij vrijwel elke gewone FDM-print moet iedere buitenwand ergens beginnen en eindigen. Die opeenvolgende start- en eindpunten kunnen samen een zichtbare verticale lijn vormen. Dit heet de Z-naad of seam en valt vooral op bij ronde modellen zonder hoeken.
De positie van de naad is in de slicer te sturen. Bij een model met scherpe hoeken kan de instelling Nearest de naad vaak in een hoek verbergen. Aligned zet de startpunten grotendeels boven elkaar, terwijl Rear de naad zo veel mogelijk naar de achterzijde verplaatst. Random verspreidt de punten over het oppervlak, maar kan daardoor kleine oneffenheden over de hele buitenwand veroorzaken.
Bekijk daarom vóór het printen in de preview waar de naden komen en draai het model indien nodig. Volgens de officiële Prusa-documentatie kan de naad bij normale FDM-techniek niet volledig verdwijnen, maar met een geschikte plaatsing en een goed afgesteld profiel wordt ze doorgaans veel minder opvallend.
