De nozzle bepaalt hoeveel materiaal per baan wordt neergelegd. Wissel je bijvoorbeeld van 0,4 naar 0,6 mm, dan moet ook het nozzleprofiel in de slicer overeenkomen. Volgens Prusa gebruikt de slicer de ingestelde diameter als technische grens; een laaghoogte boven de nozzlediameter is niet mogelijk en als richtlijn ligt de maximale laaghoogte rond 70 tot 80 procent van de nozzlemaat.
Een grotere nozzle kan sneller brede banen neerleggen en is interessant voor stevige of grotere onderdelen, maar fijne details worden minder scherp. Een kleinere nozzle geeft meer detail, maar vraagt doorgaans meer printtijd. Controleer daarom voor iedere print drie dingen: de gemonteerde nozzle, het geselecteerde printerprofiel en de gekozen laaghoogte.
Praktische tip: maak per nozzlemaat een apart printerprofiel. Zo vermijd je dat een bestand voor 0,4 mm per ongeluk met een andere nozzle wordt geprint.
